|
Puch Versus Tomos
Tomos is een licentie product van Puch en doet Qua kwaliteit
niet onder voor de Puch. Feitelijk is de kwaliteit van beide merken maar
matig.

Motorblok:
-Standaard 60 CC carters. De tapeinde zijn M7
i.p.v. M6 zoals bij Puch.
Tomos kon 60 CC cilinders wel leveren maar ze stonden niet vermeld in de
onderdelen boeken.
Deze cilinders zaten op vroege buitenboordmotoren en op aggregaten.De
cilinder had een vermogen van 2,8 PK bij 4600-5800 tpm. (standaard
cilinder had 1.8 PK bij 5500 tpm.)
NB. dit zijn geen cilinders van de latere buitenboord motoren die ook op
de Puch R-blokken passen.
Het is dus niet dat je brommer veel harder liep
maar je koppel was beter. De 49 CC cilinders werden in het begin bij TRM
gemaakt later werden er geknepen E- en L-cilinders van het merk/type
TUM142A gemonteerd.
De lange uitlaat en bij de E- serie het missen van de ventilator heeft er
voor gezorgd dat de tomos te veel vermogen leverde.
Dit heeft men gecompenseerd door alle poorten te verkleinen, uitlaatbocht
te verlengen en compressie terug te brengen.
Gevolg; Met name de E-cilinders komen amper op bedrijfs temperatuur wat
slijtage weer in de hand werkt.
Bij een E-cilinder zijn de tapeinde langer. Het
blok mist 2 boutgaten om de luchtkoelings kappen van een L-blok te
monteren.
Het kettingscherm van een E-blok past standaard erg slecht op het
motorblok. Tomos heeft niet de moeite genomen om het kettingscherm goed
pas te maken.

-Motor ophanging is iets anders er zit ook nog
eens verschil tussen een vroeg blok en een laat blok.
-Carterdeksel mist bevestigings mogelijkheid voor een kickstarter.
-Tomos heeft altijd een peilstok gehad.In het begijn eentje van metaal
later een van plastic (na 1970). Bij een carterdeksel voor een plastic
peilstok lijkt het net of het schroefdraad van het peilstokgat dol is. Dit
hoor zo.
-Krukas lagers en keerringen zijn van een goed
merk (SKF, FAG en de keerringen van Steffa), de rest is goedkoop
Joegoslavische spul.
De krukas zelf is naar mijn mening van zeer goede kwaliteit. Krukas heeft
geen spie maar een pinnetje voor het borgen van het vliegwiel.
De drijfstang heeft altijd een 10 pen gehad.
-Versnellingsbak;
2V; 1 is korter de 2 Langer.
3V; 3 Is geen closeratio, een echte extra versnelling dus.
De vertanding van de vesnellingsbak is grover dan die van de Puch. Dit
geeft het typische "joelende" geluid. Dit geluid is anders dan dat van de
4L of de A3 het doet me meer denken aan het geluid van een race wagen uit
de jaren 50.
Bij een 2 bak is dit geluid erger dan bij een 3 bak.
-De koppeling van een Tomos is dieper dan die van
een Puch. Ik denk dat als de koppelings naaf ook dieper was geweest er
ruimte was geweest voor drie koppelings platen ipv. 2 stuks.
Dit geeft weer de mogelijkheid om met meer vermogen te gaan rijden zonder
dat dit te koste gaat aan de koppeling.
-Tomos was in 1964 de eerste en enige bromfiets in
Nederland met voetversnelling die goedgekeurd was door TNO.
-Blok doet qua kwaliteit / afwerking niet onder voor Puch
-Dikkere achterrem kabel.
-Tomos frames / blokken hebben 6 ipv. 7 cijfers. De frame's hebben soms
nog minder cijfers.
Bij een later L frame staat het frame nummer helemaal onderin het frame.
Bij de latere blokken staat achter het blok nummer ook nog eens het type
blok.
Matching numbers gaat ook op bij type plaatjes
Tomossen.
Bij Tomossen zonder type plaatjes is het mij onbekend of men matching
numbers heeft gehanteerd. Ik vermoed van niet want de 4l heeft naar mijn
weten ook geen matching numbers.

Puch Skyrider 1
Rijwiel gedeelte:
-Naven met "randje", binnen assen hiervoor zijn beter, makkelijker en
sneller te vervangen doordat er geen segerringen op de binnen as zitten.
Deze naven herken je aan het randje aan de buiten kant van de naven.
-Ankerplaten zijn nèt iets anders dan die van de Puch. Ze missen de
verstevigings driehoekjes waardoor de remkabel doorheen loopt.
-Ankerplaat klauw mist dat lipje dat de ankerplaat van de Puch wel heeft.
-Frame heeft nooit doorvoer rubbers gehad.
-Frame is van binnen ook gelakt, wat roesten tegengaat.
-Voorspatbord uit 1 stuk gestanst, dit gaat roesten tegen, nadeel: niet
"strak" af fabriek omdat er te veel rondingen in zitten.
-Achterbrug heeft gaten voor bevestiging van duo voetsteunen. Ook lopen er
kleine lipjes aan de binnen kant van de rechter achterpoot van de
achterbrug. Hiermee zet je de bedrading vast van de remlicht schakelaar.
De aanslag punten van de standaard op de achterbrug zijn pinnen in plaats
van blokjes zoals dat bij de Puch.
De silenceblocks voor bevestiging van de achter veren hebben boutgaten van
M7 ipv. M8.
-Doordat Tomos van af 1966 in Epe is geassembleerd is er veel gebruik
gemaakt van Nederlandse onderdelen (Lucia verlichting/teller, Vredestein
banden, velgen en spaken van Schothorst, bagagerekken van Stuco en Bahja)
..
Maar ook de algehele afwerking / kwaliteit is in die jaren flink verbeterd
doordat men in Epe is gaan assembleren.
Het lakwerk is van betere kwaliteit maar is wel grover afgewerkt. De naven
zijn grover gegoten en van slechtere kwaliteit vergeleken met die van de
Puch.
De gaten voor de spaken willen nog wel een uitlurpen vooral als er met
snel spul gereden wordt. Verder willen de naven nog wel eens onherstelbaar
ingevreten zijn.
Mijn mening is dat in het geheel gezien de meeste Tomossen in B- staat
verkeren, gebruikt maar niet tot de draad versleten zoals bij vele Puchs.
Tomos leverde ook een behoorlijk aantal after
market artikelen zoals; Zwabberstang, Verchroomde deksels voor de
gereedschapstrommels, Buddyseats, kofferrekken hiervoor, treefje, normale
bagagerekken met en zonder klembeugel (zonderklembeugel lijkt meer op het
model Puch dus smaller), Beenschilden etc.etc.
Maar Puch had vooral na '69 meer after market artikelen dan Tomos Het
Trial stuur en het 4L stuur is typisch een onderdeel dat speciaal voor de
nederlandse markt is gemaakt.
-Een Buddyseat heette bij Tomos een krokodil buddyseat door het reliëf.
-Tot slot; een Tomos is gemaakt door voornamelijk
vrouwen dus met vrouwelijke precieze gemaakt oftewel kwaliteit. en zoals
de reclame slogan luidde in de jaren 60;

|